ECLI:NL:PHR:2004:AP1665
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij gasexplosie door loszittende flens bij ketelinbedrijfstelling
In deze zaak staat de aansprakelijkheid centraal voor een gasexplosie in de kelder van de Flevoschool te Emmeloord, waarbij een werknemer van Buderus betrokken was. De ketel was geleverd en samengebouwd door Buderus, terwijl GTI verantwoordelijk was voor de installatie van de gasleidingen. Tijdens de inbedrijfstelling door een werknemer van Buderus ontstond een explosie door een loszittende flens, wat leidde tot dodelijke slachtoffers en materiële schade.
Zürich, als schadeverzekeraar en gesubrogeerde van de gemeente, vordert schadevergoeding van zowel GTI als Buderus. Buderus betwist aansprakelijkheid en beroept zich op het Bindend Besluit Regres, stellende dat haar werknemer niet onzorgvuldig heeft gehandeld. De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen van Buderus.
In hoger beroep oordeelt het hof dat Buderus zich niet kan beroepen op het verjaringsbeding in de ALIB-voorwaarden en dat de werknemer van Buderus de flens moer ter ontluchting heeft losgedraaid, wat gevaarlijk was en heeft geleid tot de explosie. Het hof wijst de vordering van Zürich toe. Buderus stelt cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bespreekt onder meer de problematiek van derdenwerking van contractuele bedingen, de motivering van het hof over het scenario van ontluchten en de losgedraaide flens, en de alternatieve causaliteit. De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft en dat Buderus aansprakelijk is voor het onvoorzichtig handelen van haar werknemer. De vordering van Zürich wordt toegewezen.
Uitkomst: Buderus wordt aansprakelijk gehouden voor de schade veroorzaakt door onvoorzichtig handelen van haar werknemer bij de ontluchting van de gasleiding.