ECLI:NL:PHR:2004:AP1415
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over heffingskorting premieheffing grensarbeider en EG-recht
Belanghebbende, een Nederlandse grensarbeider die in België werkt en onder Belgisch socialezekerheidsstelsel valt, maakte bezwaar tegen het niet toekennen van heffingskortingen voor de volksverzekeringen bij de premieheffing in Nederland. De inspecteur had alleen de heffingskorting voor de inkomstenbelasting toegepast. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende cassatie instelde.
De kern van het geschil betrof de vraag of het niet toekennen van de premiekortingen in strijd was met het EG-recht, met name het vrij verkeer van werknemers, en of dit discriminatie opleverde. De Hoge Raad overwoog dat de sociale zekerheidswetgeving van lidstaten niet geharmoniseerd is, maar gecoördineerd, en dat verschillen in premieheffing inherent zijn. Belanghebbende is niet premieplichtig voor de Nederlandse volksverzekeringen en heeft daarom geen recht op de premiekortingen.
De Hoge Raad verwees naar relevante arresten van het Hof van Justitie, waaronder Schumacker en De Groot, en stelde dat deze arresten niet van toepassing zijn op premieheffing maar op belastingheffing. Ook werd benadrukt dat Nederland niet verplicht is om premiekortingen te verlenen aan niet-premieplichtigen. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee het oordeel van het Hof werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; de niet-toekenning van premiekortingen aan de grensarbeider is niet in strijd met het EG-recht.