ECLI:NL:PHR:2004:AO9054
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde wisselschulden vennootschappen
De zaak betreft de vraag of eiser, als bestuurder van twee vennootschappen, persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor schade die de Landesbank leed doordat deze vennootschappen hun wisselschulden niet konden voldoen.
De feiten betreffen wissels getrokken door vennootschappen waarop eiser zeggenschap had, die niet werden betaald. De Landesbank vorderde betaling van de onbetaalde wisselschulden van eiser persoonlijk, stellende dat hij wist of behoorde te begrijpen dat betaling niet mogelijk was. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof stelde vast dat de vennootschappen niet in staat waren te betalen en dat eiser dit redelijkerwijs had moeten begrijpen, waarna het hof de vordering grotendeels toewijst.
Eiser kwam in cassatie met meerdere middelen, waaronder motiveringsklachten en bewijsgerelateerde klachten. De Hoge Raad verwierp deze middelen, bevestigde het criterium voor persoonlijke aansprakelijkheid en oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom eiser aansprakelijk is. Tevens werd vastgesteld dat eiser voldoende belang had bij cassatie ondanks zijn faillissement.
De Hoge Raad benadrukte dat het hof niet verplicht was om getuigen te horen zonder daartoe strekkend bewijsaanbod en dat het oordeel van het hof over de financiële situatie en het inzicht van eiser niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de persoonlijke aansprakelijkheid van eiser voor de onbetaalde wisselschulden.