ECLI:NL:PHR:2004:AO6932

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/119HR
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:685 BW
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep tegen ontbindingsbeschikking arbeidsovereenkomst

De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst tussen verzoeker en Art Tower B.V. ontbonden op grond van gewichtige redenen zoals bedoeld in artikel 7:685 BW Pro. Verzoeker stelde hiertegen cassatieberoep in, terwijl Art Tower geen verweerschrift indiende.

Volgens artikel 7:685 lid 11 BW Pro is tegen een dergelijke ontbindingsbeschikking geen hoger beroep of cassatieberoep mogelijk. De jurisprudentie laat slechts doorbreking van dit rechtsmiddelenverbod toe indien de rechter buiten het toepassingsgebied van deze bepaling is getreden, de bepaling ten onrechte buiten toepassing is gelaten, of fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden waardoor geen eerlijke en onpartijdige behandeling heeft plaatsgevonden.

In deze zaak is geen hoger beroep ingesteld tegen de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter. De Hoge Raad overweegt dat indien al een grond zou bestaan om het rechtsmiddelenverbod te doorbreken, eerst hoger beroep had moeten worden ingesteld. Omdat verzoeker rechtstreeks cassatieberoep instelde, wordt dit beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn cassatieberoep. Art Tower B.V. is niet verschenen in cassatie, waardoor het geschil niet inhoudelijk door de Hoge Raad is behandeld.

Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van eerst ingesteld hoger beroep tegen ontbindingsbeschikking.

Conclusie

Rekestnummer R03/119HR
mr. De Vries Lentsch-Kostense
Parket 26 maart 2004
Conclusie inzake
[verzoeker]
tegen
Art Tower B.V.
1. Bij beschikking van 8 juli 2003 heeft de rechtbank Breda sector kanton, hierna: de kantonrechter, de arbeidsovereenkomst tussen thans verzoeker tot cassatie, hierna: [verzoeker], en thans verweerster in cassatie, hierna: Art Tower, ontbonden op grond van gewichtige redenen als bedoeld in art. 7:685 BW Pro. [verzoeker] heeft tegen deze beschikking cassatieberoep ingesteld. Art Tower heeft geen verweerschrift ingediend.
2. Ingevolge art. 7:685 lid 11 BW Pro kan tegen een beschikking als bedoeld in deze bepaling, hoger beroep noch cassatie worden ingesteld. Volgens vaste jurisprudentie is voor doorbreking van het rechtsmiddelenverbod slechts plaats ingeval de rechter buiten het toepassingsgebied van art. 7:685 BW Pro is getreden, deze bepaling ten onrechte buiten toepassing is gelaten of zulke fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden dat niet kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak. Voor ontvankelijkheid volstaat dat een beroep wordt gedaan op een van deze gronden voor doorbreking van het rechtsmiddelenverbod. Tegen de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter dient dan hoger beroep te worden ingesteld, waarna - met inachtneming van de grenzen die gelden voor doorbreking van het rechtsmiddelenverbod - plaats is voor cassatieberoep tegen de appelbeschikking. Tegen de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter staat geen cassatieberoep open. Zie HR 19 december 2003, RvdW 2004, 3, waar uw Raad overwoog: "Indien al grond zou bestaan het rechtsmiddelenverbod te doorbreken, zou tegen de beschikking hoger beroep moeten zijn ingesteld". Nu in casu tegen de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter cassatieberoep is ingesteld, dient dan ook niet-ontvankelijkverklaring te volgen.
Conclusie
De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden