ECLI:NL:PHR:2004:AO6438
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onpartijdigheid van raadsheer ondanks eerdere medewerking aan arrest
De verdachte werd aanvankelijk door de Rechtbank Haarlem veroordeeld, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het Hof Amsterdam vernietigde het vonnis en wees de zaak terug wegens schending van artikel 268 Sv Pro, omdat een rechter-commissaris die het gerechtelijk vooronderzoek had gesloten ook deel uitmaakte van de kamer die het onderzoek ter terechtzitting voerde.
Na terugwijzing veroordeelde de rechtbank de verdachte opnieuw, waarna het Hof Amsterdam in hoger beroep de zaak behandelde. De verdachte was zonder raadsman verschenen en klaagde niet tijdens de zitting over de samenstelling van de kamer.
In cassatie stelde de verdachte dat de voorzitter van het Hof, die ook het eerdere arrest had medegewezen, niet onpartijdig was. De Hoge Raad overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. Het eerdere arrest had geen inhoudelijk oordeel gegeven, en het feit dat de raadsheer de stukken kende en de verdachte had gezien, betekent niet dat hij bevooroordeeld is.
De Hoge Raad concludeerde dat er geen sprake was van schending van het recht op een onpartijdige rechter en verwierp het cassatieberoep. De zaak betreft de toepassing van artikel 268 Sv Pro en de waarborg van onpartijdigheid bij rechters die eerder betrokken waren bij dezelfde zaak.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de onpartijdigheid van de raadsheer.