ECLI:NL:PHR:2004:AO6013
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest over toestemming echtgenoot bij verkoop perceel behorend tot echtelijke woning
In deze civiele zaak stond centraal of voor de verkoop van een perceel grond, dat deels als siertuin en moestuin bij de echtelijke woning werd gebruikt, toestemming van de niet-handelende echtgenoot vereist was op grond van artikel 1:88 BW Pro. De verkoop was verricht door de overleden echtgenoot zonder toestemming van de andere echtgenoot, die daarop vernietiging van de koopovereenkomst vorderde.
De rechtbank had de vernietiging toegewezen voor het deel van het perceel dat als siertuin en moestuin werd gebruikt. Het hof stelde echter dat geen toestemming nodig was omdat de eiseres zelf een bouwvergunning voor het perceel had aangevraagd, waarmee zij volgens het hof aantoonde dat het perceel niet tot haar woonmilieu behoorde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehuldigd door de persoonlijke opvatting van eiseres over het perceel (afgeleid uit de bouwvergunningaanvraag) te betrekken bij de vraag of het perceel objectief behoort tot het woonmilieu. De toets is objectief en ziet op de situatie ten tijde van de verkoop. Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling, waarbij ook het subsidiaire betoog over misbruik van bevoegdheid kan worden betrokken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.