ECLI:NL:PHR:2004:AO3466
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafvermindering wegens detentie onder Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers
De verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 22 maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De verdediging voerde onder meer aan dat de detentie onder het regime van de Tijdelijke wet noodcapaciteit drugskoeriers (Twnd) onmenselijke omstandigheden kende, wat een schending van mensenrechten zou zijn en aanleiding tot strafvermindering moest geven.
Het hof erkende de zwaardere detentieomstandigheden in de noodvoorzieningen, zoals een sober dagprogramma, meermanscellen, onervaren personeel en beperkte medische zorg. Het hof achtte deze omstandigheden zwaar genoeg om tot strafvermindering te leiden en paste deze toe. De verdediging stelde in cassatie dat het hof onvoldoende aandacht had besteed aan de vermeende discriminatoire toepassing van de wet en de schending van internationale mensenrechtenverdragen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat de detentieomstandigheden geen onrechtmatige schending van mensenrechten opleverden en dat het hof de strafvermindering passend heeft toegepast. Ook is er geen reden om het cassatieberoep gegrond te verklaren over de motivering van de straf of de vermeende discriminatie. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de strafvermindering wegens de zwaardere detentieomstandigheden en verwerpt het cassatieberoep.