ECLI:NL:PHR:2004:AO1302
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing pensioenvordering wegens niet-aangesloten werkgever en pensioenbreuk
Deze zaak betreft een geschil over pensioenrechten van eiser, die van 1954 tot 1973 als koster werkte bij een parochie en daarna bij SRKK, waarbij pensioenrechten werden opgebouwd bij verschillende pensioenfondsen. Eiser vordert dat PGGM zijn pensioen berekent alsof ook de jaren vóór 1973 bij PGGM zijn opgebouwd, mede vanwege een vermeende pensioenbreuk.
De rechtbank en kantonrechter wezen de vorderingen af, stellende dat de parochie geen bij PGGM aangesloten instelling was en dat pensioenpremies voor de jaren vóór 1973 niet aan PGGM maar aan het Kosterfonds waren betaald. Eiser stelde dat er een aanbod tot inkoop van pensioenjaren was gedaan, maar PGGM weigerde dit.
De Hoge Raad bevestigt dat de aansluitingsovereenkomst tussen SRKK en PGGM niet van toepassing is op de parochie als eerste werkgever van eiser. Ook het beroep op overgangsbepalingen in het pensioenreglement slaagt niet, omdat er geen pensioenpremies aan PGGM zijn betaald voor de jaren vóór 1973. De klachten over bewijsuitsluiting en vermeende discriminatie worden verworpen. Het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot pensioenberekening over de jaren vóór 1973 wordt afgewezen.