ECLI:NL:PHR:2004:AO1240
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huur van woonruimte voor korte duur en ontruimingsverplichting bevestigd door Hoge Raad
In deze zaak verhuurde Stichting Christelijke Hulpverlening (SCH) aan eiseres een woning voor een korte periode, in afwachting van haar aankoop van een eigen woning. Er werden twee schriftelijke huurovereenkomsten gesloten, met een maximale duur van respectievelijk zes weken en twaalf maanden, waarbij de feitelijke huurperiode slechts enkele maanden bedroeg. Na afloop van de huurperiode bleef eiseres in de woning, waarna SCH haar tot ontruiming veroordeelde.
De kantonrechter en het hof oordeelden dat het hier ging om een huur van woonruimte die naar haar aard slechts van korte duur was, waardoor de huurovereenkomst van rechtswege eindigde zonder dat opzegging vereist was. Eiseres stelde dat er sprake was van een huurcontract voor een jaar en dat zij mocht verwachten dat de huur verlengd zou worden, maar deze stellingen werden niet met feiten onderbouwd en door het hof verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de uitzondering op de huurbescherming voor kortdurende huurrestrictief moet worden toegepast en dat de feitelijke omstandigheden en de duur van het gebruik doorslaggevend zijn. De Hoge Raad verwierp de cassatieklachten van eiseres en bevestigde daarmee de ontruimingsverplichting.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het ontbreken van een volledig proces-verbaal van de pleidooien geen nietigheid oplevert en dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld over de huurovereenkomst en de rechtsverhouding tussen partijen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de huurovereenkomst voor korte duur rechtsgeldig eindigt zonder opzegging en verplicht eiseres tot ontruiming.