ECLI:NL:PHR:2004:AO0609
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen gijzeling met vrijheidsberoving ten behoeve van afpersing
In deze zaak stond de vraag centraal of de vrijheidsberoving van slachtoffer 1 met het oogmerk was om slachtoffer 2 te dwingen geld af te geven. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte samen met anderen in de woning van slachtoffer 1 en 2 was binnengedrongen, waarbij slachtoffer 1 werd vastgebonden en opgesloten, terwijl slachtoffer 2 werd gedwongen de winkel te openen en geld af te geven.
De verdediging stelde dat uit de bewijsmiddelen niet bleek dat slachtoffer 1 van haar vrijheid was beroofd met het oogmerk een ander te dwingen, en dat de vrijheidsberoving al was beëindigd toen slachtoffer 2 werd gedwongen geld af te geven. De Hoge Raad oordeelde echter dat uit de verklaringen en bewijsmiddelen voldoende blijkt dat slachtoffer 1 gedurende de gijzeling werd vastgehouden om slachtoffer 2 onder druk te zetten.
Verder werd vastgesteld dat de daders slachtoffer 1 en 2 van elkaar hadden gescheiden en dat slachtoffer 1 was vastgebonden en opgesloten in de woning, terwijl slachtoffer 2 werd meegenomen naar de winkel om geld te overhandigen. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat de bewezenverklaring onvoldoende was, maar stelde vast dat de strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie terecht was.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest uitsluitend voor zover het de straf betrof en matigde de straf wegens termijnoverschrijding, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen gijzeling en vermindert de straf wegens termijnoverschrijding in cassatie.