ECLI:NL:PHR:2004:AN8282
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van testamentaire beschikking bij fideï-commis de residuo over onroerend goed
Deze zaak betreft de rechtsgeldigheid van een testamentaire bepaling in het kader van een fideï-commis de residuo, waarbij de langstlevende echtgenoot (bezwaarde) de bevoegdheid kreeg om bij testament te beschikken over een deel van de nalatenschap, namelijk een boerenplaatsje. De erflater had bepaald dat het boerenplaatsje niet zou vallen onder het overschot dat bij overlijden van de langstlevende aan de verwachters zou toekomen, mits de langstlevende gebruik maakte van zijn testeerbevoegdheid.
De eisers stelden dat deze bepaling in strijd was met het stelsel en de aard van het fideï-commis de residuo, omdat de bezwaarde niet bij testament over fideï-commissaire goederen zou mogen beschikken. Het hof en de rechtbank oordeelden echter dat de bepaling rechtsgeldig was en dat de erflater de testeerbevoegdheid aan de bezwaarde kon verlenen, mits dit slechts betrekking had op een deel van de goederen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de erflater naar oud recht de vrijheid heeft om aan de bezwaarde de bevoegdheid te verlenen bij testament te beschikken over goederen die onder het fideï-commissaire verband vallen. Dit tast het wezen van het fideï-commis de residuo niet aan, zeker niet wanneer de testeerbevoegdheid slechts voor een deel van de goederen geldt. De bepaling is derhalve rechtsgeldig en het boerenplaatsje viel niet onder het overschot dat aan de verwachters toekomt.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de rechtsgeldigheid van de testamentaire bepaling die de langstlevende echtgenoot testeerbevoegdheid verleent over het boerenplaatsje.