ECLI:NL:HR:2004:AN8282
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid van fideï-commissaire making in testament onder oud erfrecht
In deze zaak stond de rechtsgeldigheid van een fideï-commissaire making centraal, waarbij de erflater zijn echtgenoot de bevoegdheid gaf om bij testament te beschikken over een onverdeeld onroerend goed, terwijl de verwachters aanspraak maakten op het resterende deel van de nalatenschap. De rechtbank en het hof hadden reeds geoordeeld dat deze making rechtsgeldig was.
De eisers tot cassatie betwistten deze beoordeling en stelden dat het stelsel en de aard van het fideï-commis zich verzetten tegen een dergelijke making, omdat de fideï-commissaire goederen niet tot de nalatenschap van de bezwaarde behoren. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat het oude erfrecht de erflater de vrijheid liet om de bezwaarde niet alleen te laten beschikken over het gemaakte, maar ook om hem de bevoegdheid te geven daarover bij testament te beschikken.
De Hoge Raad lichtte toe dat het oude stelsel van het fideï-commis beperkingen kende, maar dat deze niet van toepassing waren op de making over de hand van hetgeen onvervreemd of onverteerd zou worden nagelaten (fideï-commis de residuo). Tevens werd gewezen op de nieuwe wetgeving vanaf 1 januari 2003, waarin het fideï-commis de residuo niet meer als zelfstandige rechtsfiguur voorkomt, maar het effect ervan kan worden bereikt via voorwaardelijke makingen.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde de eisers tot cassatie in de proceskosten.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt de rechtsgeldigheid van de fideï-commissaire making en wijst het cassatieberoep af.