ECLI:NL:PHR:2004:AN8279
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen door advocaat
In deze zaak werd tijdig en regelmatig beroep in cassatie ingesteld door de verdachte. Er bestond samenhang met meerdere andere zaken die gelijktijdig werden behandeld. De Procureur-Generaal stelde vast dat de verdachte niet tijdig door een advocaat een schriftuur houdende middelen van cassatie had ingediend bij de Hoge Raad. Op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan de Hoge Raad de verdachte daarom niet in het beroep ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal was dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moest worden in het cassatieberoep.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen door een advocaat.