ECLI:NL:PHR:2004:AL7032
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling cumulatie en recidive bij verzuimboeten in het fiscale boeterecht
Aan belanghebbende is een verzuimboete opgelegd wegens het niet tijdig indienen van de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1999. Het Hof Amsterdam had geoordeeld dat sprake was van een derde verzuim, omdat belanghebbende ook in 1996 en 1998 in verzuim was, maar dat de inspecteur belanghebbende niet tijdig had geïnformeerd over die eerdere verzuimen. Daarom werd de boete verminderd tot het bedrag passend bij een eerste verzuim.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. In de conclusie wordt uitgebreid ingegaan op de problematiek van cumulatie van verzuimboeten bij gecombineerde aangiftebiljetten en de vraag wanneer eerdere verzuimen meetellen voor de verzuimenreeks (recidive). Verschillende hoven hanteren uiteenlopende opvattingen over deze kwesties.
De conclusie bespreekt de wettelijke regeling in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 (BBBB 1998), alsmede de jurisprudentie van diverse hoven. Er wordt geconcludeerd dat per aanslag een boete kan worden opgelegd, ook als meerdere heffingen via één aangiftebiljet worden gedaan. Het beginsel van ne bis in idem staat niet in de weg aan het opleggen van meerdere boeten voor hetzelfde feit, maar kan wel een rol spelen bij de straftoemeting.
Ten aanzien van recidive wordt geoordeeld dat alle verzuimen meetellen, ook niet beboete of niet meegedeelde verzuimen, mits belanghebbende voldoende is geïnformeerd en in de gelegenheid is gesteld zich te verweren. De straftoemeting moet rekening houden met alle relevante feiten en omstandigheden, waarbij het evenredigheidsbeginsel een belangrijke rol speelt.
De conclusie adviseert de cassatieberoep gegrond te verklaren, het arrest van het Hof Amsterdam te vernietigen en de zaak te verwijzen naar een ander hof voor een nieuwe beoordeling van de straftoemeting.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor nadere beoordeling van de straftoemeting.