ECLI:NL:PHR:2003:AN7088
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping psychische overmacht en vermindert straf wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van doodslag.
Verdachte voerde psychische overmacht aan vanwege angst voor een mededader, maar de Hoge Raad bevestigde dat het hof dit verweer terecht verwierp. Het hof had geoordeeld dat verdachte niet volledig was overgeleverd aan angst en voldoende psychische weerstand kon bieden. Ook was niet aannemelijk dat verdachte onder een vernauwd bewustzijn handelde.
Daarnaast klaagde verdachte over schending van de redelijke termijn omdat stukken pas tien maanden na het cassatieberoep werden toegezonden. De Hoge Raad erkende deze overschrijding en besloot tot strafvermindering.
Een klacht over het bevel tot gevangenneming werd niet ontvankelijk verklaard omdat voorlopige hechtenisbeslissingen niet aan cassatie onderworpen kunnen worden. De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend ten aanzien van de strafbepaling en wees het beroep verder af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep op psychische overmacht en verminderde de straf wegens schending van de redelijke termijn.