ECLI:NL:PHR:2003:AL9052
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewezenverklaring mishandeling ondanks discussie over terminologie en bewijs
In deze zaak stond de bewezenverklaring van mishandeling centraal, waarbij verdachte op 22 maart 2000 zijn vrouw heeft geduwd en geschopt. Het hof had verdachte veroordeeld tot een geldboete en subsidiar een hechtenis van zes dagen. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof, met name gericht op de terminologie van 'schoppen' versus 'trappen' en de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen.
De Hoge Raad oordeelde dat de gebruikte termen 'schoppen' en 'trappen' in de Nederlandse taal als synoniem kunnen worden beschouwd, waardoor het middel dat deze termen zouden uitsluiten faalt. Daarnaast werd geoordeeld dat de getuigenverklaring over het waarnemen van een schoenafdruk op het been van het slachtoffer voldoende betrouwbaar was en dat het hof terecht aan de verklaring van de getuige waarde had toegekend.
Verder werd vastgesteld dat het hof bij vergissing de zinsnede 'waardoor deze pijn heeft ondervonden' had doorgestreept in de bewezenverklaring, maar dat dit niet tot cassatie leidt omdat uit het bewijsmateriaal blijkt dat het slachtoffer daadwerkelijk pijn heeft geleden. De middelen van cassatie werden verworpen en het vonnis van het hof bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bewezenverklaring van mishandeling met een geldboete en subsidiar hechtenis.