ECLI:NL:PHR:2003:AK4747
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid arbeidsongeschiktheidsverzekering wegens verzwijging rugklachten
Eiseres sloot in 1989 een arbeidsongeschiktheidsverzekering af bij Achmea, waarbij zij een gezondheidsverklaring invulde. Zij vermeldde daarin niet haar bestaande nek- en rugklachten, ondanks dat zij deze klachten al jaren had en hiervoor medische hulp had gezocht. Achmea stelde daarop de uitkeringen stop en betwistte de dekking wegens verzwijging van relevante gezondheidsinformatie.
De rechtbank oordeelde dat eiseres haar klachten had moeten melden en verklaarde de verzekering nietig, waarbij Achmea recht had op restitutie van betaalde premies en uitkeringen. Het hof bekrachtigde dit oordeel en verwierp het beroep van eiseres dat de verzekering gedeeltelijk moest worden gehandhaafd of gewijzigd.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat eiseres in strijd met haar mededelingsplicht heeft gehandeld en dat de gehele verzekering nietig is. De Hoge Raad wijst ook het beroep af dat Achmea de medische gegevens van een andere verzekeraar had en daardoor geen beroep kon doen op verzwijging. Tevens bevestigt de Hoge Raad dat het huidige recht het 'alles of niets'-karakter van nietigheid hanteert, waarbij gedeeltelijke vernietiging of wijziging slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk is.
De Hoge Raad benadrukt de vier vereisten voor een geslaagd beroep op artikel 251 WvK Pro: kennis, kenbaarheid, verschoonbaarheid en relevantie. Deze zijn door het hof juist toegepast. Het beroep van eiseres wordt verworpen, waarmee de nietigheid van de verzekeringsovereenkomst en de restitutieplicht van eiseres definitief vaststaan.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de nietigheid van de verzekering wegens verzwijging en wijst het cassatieberoep af.