ECLI:NL:PHR:2003:AJ0633
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid van CAO Goederenvervoer Nederland en loonvordering in faillissementsprocedure
In deze zaak staat centraal of de Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) Goederenvervoer Nederland van toepassing is op de arbeidsovereenkomst tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2], en of de curator in het faillissement van [betrokkene 1] terecht loonvordering kon instellen tegen [eiseres], rechtsopvolgster van [betrokkene 2]. De curator vorderde betaling van achterstallig loon vermeerderd met een wettelijke verhoging. [Eiseres] betwistte de toepasselijkheid van de CAO en voerde aan dat de CAO niet algemeen verbindend was verklaard en dat de werkgever niet contractpartij was bij de CAO.
De rechtbank ging uit van de toepasselijkheid van de CAO, mede omdat [eiseres] tijdens de comparitie de stelling van de curator niet langer betwistte. Tevens matigde de rechtbank de wettelijke verhoging tot 10% wegens omstandigheden. De Hoge Raad constateert dat de rechtbank niet adequaat heeft gemotiveerd waarom zij de toepasselijkheid van de CAO aannam en onvoldoende aandacht heeft besteed aan het verweer van [eiseres] dat zij dit verweer niet bewust heeft prijsgegeven.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank haar taak als appelrechter heeft miskend door niet zelfstandig te beslissen over de mate van matiging van de wettelijke verhoging. De zaak wordt vernietigd en verwezen voor verdere behandeling, waarbij de toepasselijkheid van de CAO en de matiging van de wettelijke verhoging opnieuw moeten worden beoordeeld.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling en beslissing.