ECLI:NL:PHR:2003:AI0424
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing 16de standaardvoorwaarde bij fiscale eenheid en aandelenvervreemding
In deze zaak staat centraal de toepassing van de 16de standaardvoorwaarde van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) bij de ontvoeging van een fiscale eenheid en de verkoop van aandelen in een dochtermaatschappij. Belanghebbende, X Holding B.V., vormde met haar dochter X B.V. een fiscale eenheid die werd verbroken door de verkoop van de aandelen in X B.V. binnen zes boekjaren na het splitsingstijdstip.
De Inspecteur legde een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting op omdat volgens hem sprake was van een ten goede komen van stille reserves aan belanghebbende, hetgeen de sanctie van de 16de standaardvoorwaarde activeert. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde dat de schuldvernieuwingsovereenkomst en de aandelenverkoop een ten goede komen van stille reserves bewerkstelligden.
In cassatie betoogde belanghebbende onder meer dat de schuldvernieuwing niet als ten goede komen kon worden aangemerkt. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat de aandelenverkoop binnen zes boekjaren de sanctie van de 16de standaardvoorwaarde rechtvaardigt. De uitleg van het begrip 'ten goede komen' is ruim en omvat onder meer de vervreemding van aandelen in een besmette dochtermaatschappij. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt toepassing van de 16de standaardvoorwaarde bij de aandelenverkoop binnen zes boekjaren.