ECLI:NL:PHR:2003:AI0294
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van de Staat voor nalaten inzake machtiging eiwitscheidingsprotocol in diervoederproductie
In deze zaak staat centraal of de Staat der Nederlanden jegens verweerster aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door het nalaten om de Europese Commissie formeel tot handelen te bewegen met betrekking tot de machtiging voor het eiwitscheidingsprotocol.
Verweerster had haar productieproces aangepast aan een voorlopig protocol dat door het productschap was vastgesteld, vooruitlopend op een machtiging van de Commissie. Ondanks herhaalde verzoeken van de Staat aan de Commissie bleef een reactie uit, waarna verweerster haar productie staakte uit onzekerheid over de machtiging en investeringen in warmtebehandelingsapparatuur vermeed.
De rechtbank wees de vordering af, stellende dat geen schade was geleden omdat verweerster niet had geïnvesteerd. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door niet de formele weg van artikel 175 EG Pro-Verdrag te volgen om de Commissie tot handelen te dwingen. Het hof achtte aannemelijk dat verweerster door het nalaten schade had geleden, omdat zij de productie staakte uit onzekerheid.
De Hoge Raad bevestigt dat de Staat onder de bijzondere omstandigheden van deze zaak in redelijkheid mocht worden gevergd de Commissie formeel tot handelen uit te nodigen en dat het nalaten hiervan onrechtmatig was jegens verweerster. Het hof heeft het causaal verband tussen het nalaten en de schade van verweerster terecht aangenomen. Het beroep van de Staat wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door de Commissie niet formeel tot handelen te bewegen, waardoor verweerster recht heeft op schadevergoeding.