ECLI:NL:PHR:2003:AI0261
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing erfdienstbaarheid en schadevergoeding na onrechtmatige sloop aanbouw
In deze zaak stond een geschil centraal tussen twee buren over eigendom en gebruik van een aanbouw die deels op het perceel van de ene en deels op dat van de andere partij stond. De aanbouw was door de ouders van een partij gebouwd en werd gebruikt als keuken en slagerij. Na eigendomsoverdrachten ontstond onenigheid over de eigendom van de aanbouw en het recht deze te gebruiken.
De eigenaar van het perceel waarop de aanbouw deels stond, sloopte eigenmachtig het gedeelte op zijn perceel en veroorzaakte schade aan het andere deel. De andere partij vorderde eigendom door natrekking, vestiging van erfdienstbaarheden door verjaring en schadevergoeding.
De rechtbank wees de eigendomsvorderingen af, oordeelde dat de aanbouw niet als bestanddeel van het pand kon worden beschouwd en veroordeelde tot schadevergoeding wegens onrechtmatige eigenrichting. Het hof bevestigde dit oordeel en verwierp de stellingen over het ontstaan van erfdienstbaarheden door verjaring. De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst erop dat voor het ontstaan van erfdienstbaarheden bezit te goeder trouw vereist is, hetgeen niet is gesteld of gebleken. Ook is het verbod op reformatio in peius niet geschonden door de beperkte schadevergoeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; er is geen erfdienstbaarheid ontstaan en de schadevergoeding is beperkt tot de schade aan het slagersbedrijf.