ECLI:NL:PHR:2003:AF9463
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing wrakingsverzoek
Verzoekster had bij de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam een wrakingsverzoek ingediend dat op 14 december 2001 werd afgewezen. Vervolgens stelde zij hoger beroep in bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Dit hof verklaarde haar echter niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank.
Namens verzoekster diende een advocaat een cassatieschrift in met middelen van cassatie tegen deze beslissing. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad bracht daarop een conclusie uit waarin werd gewezen op het wettelijke verbod op rechtsmiddelen tegen beslissingen op wrakingsverzoeken, zoals bepaald in artikel 515, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad bevestigde dit standpunt en verklaarde verzoekster niet-ontvankelijk in haar beroep, waarmee het hoger beroep werd afgesloten zonder inhoudelijke behandeling van de wrakingskwestie.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de afwijzing van het wrakingsverzoek.