ECLI:NL:PHR:2003:AF7970
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over accijnsnaheffing bij vermissing van minerale olie tijdens intracommunautair vervoer
De zaak betreft een naheffingsaanslag accijns opgelegd aan belanghebbende wegens een geconstateerd tekort van 0,67% lichte olie tijdens het intracommunautair vervoer van Spanje naar Nederland. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, stellende dat het tekort een onregelmatigheid was en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat dit het gevolg was van toevallige omstandigheden, overmacht of de aard van het product.
De Hoge Raad analyseert de toepasselijkheid van Richtlijn 92/12/EEG en de Wet op de accijns (Wacc) op de zaak. Hij benadrukt dat verliezen die inherent zijn aan het product of het vervoer onder voorwaarden vrijgesteld kunnen zijn van accijnsheffing. De Hoge Raad stelt dat het belastbare feit van artikel 86a Wacc richtlijnconform moet worden uitgelegd en dat het aan de Inspecteur is om aannemelijk te maken dat een onregelmatigheid of overtreding heeft plaatsgevonden die leidt tot accijnsschuld.
Het Hof had volgens de Hoge Raad een onjuiste bewijslastverdeling toegepast door te veronderstellen dat belanghebbende het tekort volledig moest aantonen. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor een nieuw onderzoek in volle omvang, waarbij de juiste bewijslastverdeling in acht moet worden genomen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor heronderzoek.