ECLI:NL:PHR:2003:AF7410
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor diefstallen ondanks afwezigheid verdachte en bewijsvoering fotoconfrontaties
Verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf wegens vier diefstallen en een poging daartoe, gepleegd door twee of meer verenigde personen waarbij braak werd gebruikt.
Verdachte was niet aanwezig bij de terechtzitting in hoger beroep, hoewel hij tijdig van de zittingsdatum op de hoogte was gesteld. Zijn raadsman verzocht om aanhouding van de behandeling zodat verdachte aanwezig kon zijn of om een schriftelijke machtiging, maar het hof wees dit af omdat verdachte vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht op aanwezigheid en zijn raadsman niet had gemachtigd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit oordeel niet onbegrijpelijk had gemotiveerd en dat het belang van een behoorlijke en tijdige rechtspleging zwaarder woog dan het recht op aanwezigheid van verdachte.
Daarnaast werd het cassatiemiddel gericht tegen het gebruik van twee processen-verbaal met fotoconfrontaties verworpen. Het hof mocht binnen de grenzen van de wet bepalen welk bewijs betrouwbaar was en hoefde niet nader te motiveren waarom het bepaalde verklaringen wel en andere niet als bewijs gebruikte.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de veroordeling van verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot twaalf maanden gevangenisstraf ondanks afwezigheid verdachte en bewijsvoering met fotoconfrontaties.