ECLI:NL:PHR:2003:AF4321
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid en bewijsgebruik ondanks particuliere observatie zonder opsporingsmachtiging
De zaak betreft een verzoeker die door het gerechtshof schuldig is verklaard aan verduistering in dienstbetrekking. De observaties die tot de verdenking leidden, werden uitgevoerd door een particulier detectivebureau in opdracht van de werkgever, waarbij een hoofdagent van politie betrokken was die niet in zijn officiële hoedanigheid handelde. Verzoeker stelde dat deze observaties onrechtmatig waren en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard of dat het bewijs uitgesloten moest worden.
Het hof oordeelde dat de werkgever bevoegd was tot observatie en dat geen sprake was van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer die een machtiging van de officier van justitie vereiste. De politie werd pas bij de aangifte op de hoogte gesteld van de wijze van onderzoek. De Hoge Raad bevestigt dat onrechtmatig handelen door particulieren zonder betrokkenheid van opsporingsambtenaren niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
Verder is volgens de Hoge Raad alleen bij een flagrante schending van de beginselen van behoorlijke procesorde of de rechten van de verdediging bewijsuitsluiting aan de orde. Dit is hier niet het geval. De betrokkenheid van de politieagent als particulier is niet relevant voor de vervolging. De observaties vonden plaats vanaf de openbare weg en zijn niet onrechtmatig in strafrechtelijke zin. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het openbaar ministerie is ontvankelijk en het bewijs mag worden gebruikt.