ECLI:NL:PHR:2003:AF3803
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid directeur-grootaandeelhouder voor inzet vennootschapspersoneel bij privéproject
In deze zaak vordert de curator betaling van een bedrag dat verband houdt met het gebruik van personeel en materialen van gefailleerde vennootschappen voor de bouw van de privéwoonboerderij van eiser. De rechtbank en het hof hebben vastgesteld dat werknemers van de vennootschappen bij dit bouwproject betrokken waren en dat eiser, ondanks zijn aftreden als bestuurder van een van de vennootschappen, verantwoordelijk blijft voor de inzet van personeel en middelen.
Eiser voerde aan dat hij sinds juli 1993 niet langer bestuurder was en dat de administratie door anderen werd gevoerd, waardoor hij niet aansprakelijk kon worden gehouden. Het hof oordeelde echter dat eiser als directeur-grootaandeelhouder de gang van zaken binnen de vennootschappen bepaalde en zich niet kon beroepen op het ontbreken van specifieke administratieverantwoordelijkheid.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof de stellingen van eiser voldoende heeft betrokken en gemotiveerd heeft waarom de bewijsopdracht aan de curator terecht was. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de aansprakelijkheid van eiser voor de inzet van vennootschapspersoneel bij zijn privéproject wordt bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en zijn aansprakelijkheid voor de inzet van vennootschapspersoneel bij zijn privéwoonboerderij bevestigd.