ECLI:NL:PHR:2003:AF3371
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens schending voorschriften alcoholonderzoek Wegenverkeerswet
De verdachte werd door het Hof Den Haag veroordeeld wegens het niet meewerken aan een ademonderzoek op grond van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof verwierp het verweer dat niet was voldaan aan de voorschriften van artikel 4 en Pro 7 van het Besluit alcoholonderzoeken, die eisen dat het gebruikte apparaat een geldige verklaring van goedkeuring heeft en dat het apparaat wordt bediend door een daartoe aangewezen opsporingsambtenaar.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat geen ademonderzoek heeft plaatsgevonden, terwijl de bewijsmiddelen juist aangeven dat het onderzoek was aangevangen, maar de verdachte niet meewerkte. De Hoge Raad benadrukt dat de voorschriften van het Besluit alcoholonderzoeken strikte waarborgen zijn en dat bij het voeren van een verweer omtrent niet-naleving daarvan de rechter dit moet onderzoeken.
Daarnaast blijkt uit de stukken niet dat de opsporingsambtenaar die het apparaat bediende daartoe was aangewezen door de korpschef, zoals vereist in artikel 7, eerste lid, van het Besluit alcoholonderzoeken. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling.