ECLI:NL:PHR:2003:AF2678
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid zaadbietenteelt voor vergelingsziekte en schadevergoeding
In deze civiele procedure vorderen meerdere akkerbouwers schadevergoeding van een zaadbietenteler wegens vermeende schade door vergelingsziekte op hun suikerbietenpercelen. De vordering bestrijkt de periode 1964 tot en met 1996, waarbij de eiser stelt dat de vergelingsziekte door de zaadbietenteelt van verweerster is veroorzaakt.
De rechtbank wees de vordering af wegens verjaring en onvoldoende bewijs. Het hof stelde vast dat de vordering over 1987 toewijsbaar is wegens erkende aansprakelijkheid van verweerster, maar voor de overige jaren faalde de bewijslevering. Het hof gelastte een comparitie en stelde bewijsopdrachten, maar achtte het bewijs onvoldoende om aansprakelijkheid aan te nemen.
De Hoge Raad bevestigt dat eiser niet is geslaagd in het bewijs dat vergelingsziekte vóór 1987 door verweerster is veroorzaakt en dat er geen aanleiding was voor nader deskundigenonderzoek. De schadevergoeding wordt beperkt tot het jaar 1987, waarvoor verweerster aansprakelijkheid erkende. De overige vorderingen worden afgewezen, en eiser draagt de proceskosten.
Uitkomst: Vordering afgewezen voor schade vóór 1987 wegens onvoldoende bewijs; vergoeding toegekend voor 1987 wegens erkende aansprakelijkheid.