ECLI:NL:PHR:2003:AF2321
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van betekening inleidende dagvaarding bij onbekend verblijfadres verdachte
Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeelde verdachte bij verstek voor het doen van een valse aangifte en medeplegen van poging tot oplichting. Verdachte was sinds 1 januari 1996 naar het buitenland vertrokken, zonder dat een verblijfadres bekend was in Nederland of het buitenland.
De verdediging stelde dat de inleidende dagvaarding onjuist was betekend omdat verdachte een bekend adres in België had. De Hoge Raad oordeelde dat het verwerkingsoverzicht van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) geen aanknopingspunt gaf voor het buitenlandse adres en dat de dagvaarding daarom correct was uitgereikt aan de griffier.
Ook de appelakte werd op dezelfde wijze uitgereikt, met een aangetekende zending naar het Belgische adres conform het Beneluxverdrag. De Hoge Raad vond geen reden tot vernietiging en verwierp het cassatieberoep, waarmee de eerdere veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de betekening van de dagvaarding aan de griffier was rechtsgeldig.