ECLI:NL:PHR:2003:AF2156
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verbod op reclame voor illegale taxibemiddeling en verbeurde dwangsommen
Eiser exploiteerde een chauffeurscentrale die taxivervoer bemiddelde zonder dat chauffeurs beschikten over een wettelijke taxivergunning. Verweerders vorderden in kort geding dat eiser deze onderneming staakt en zich onthoudt van reclame, met dwangsommen bij overtreding. De President van de Rechtbank Maastricht wees dit vonnis grotendeels toe in juli 1999, wat door het Hof in hoger beroep werd bekrachtigd.
Eiser maakte na het vonnis via telefoonbandjes en internet reclame en wervingsuitingen voor een vermeende nieuwe, legale onderneming, maar volgens de rechter was dit een overtreding van het reclameverbod. Verweerders legden beslag op de bijstandsuitkering van eiser wegens verbeurde dwangsommen. De President van de Rechtbank wees een verzoek tot staking van executie af en het Hof bevestigde dit oordeel.
In cassatie betoogde eiser dat hij geen reclame maakte voor een illegale onderneming maar slechts aankondigde een nieuwe legale onderneming te starten. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een feitelijke beoordeling maakte die in cassatie niet kan worden getoetst en dat het reclameverbod ook geldt voor slapende ondernemingen zonder vergunning. De klachten van eiser faalden, zodat het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het verbod op reclame met verbeurde dwangsommen blijft gehandhaafd.