ECLI:NL:PHR:2003:AF1942
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onvoorwaardelijke gevangenisstraf ondanks onjuistheid hof over taakstrafmogelijkheden
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf wegens het opzettelijk aanwezig hebben van 18 bolletjes cocaïne. In hoger beroep bood de verdachte aan onbetaalde arbeid ten algemenen nutte te verrichten, maar het hof wees dit af vanwege zijn recidive en legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op.
De verdediging stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen rekening hield met de mogelijkheid van een taakstraf, die sinds 1 februari 2001 als zelfstandige hoofdstraf geldt en geen aanbod van de verdachte vereist. Het hof had volgens de verdediging de strafoplegging niet correct gemotiveerd en dit zou tot nietigheid van het arrest moeten leiden.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof wel degelijk de mogelijkheid van een alternatieve sanctie heeft meegewogen en gemotiveerd heeft afgewezen, waarbij het hof onterecht dacht dat de oude regeling van onbetaalde arbeid nog van toepassing was. Dit leidt niet tot nietigheid van het arrest. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de opgelegde gevangenisstraf.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden ondanks het niet betrekken van de taakstrafregeling door het hof.