ECLI:NL:PHR:2003:AF1937
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet-naleving betekening dagvaarding in hoger beroep
Verdachte is door het gerechtshof veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens verduistering en de vordering tot schadevergoeding is toegewezen. Verdachte stelde cassatieberoep in met het middel dat de raadsman in hoger beroep geen afschrift van de dagvaarding had ontvangen, wat in strijd zou zijn met art. 51 Sv Pro.
De stukken tonen aan dat de dagvaarding en oproepingen aan de griffier zijn betekend omdat geen woon- of verblijfplaats van verdachte in Nederland bekend was, en dat verdachte niet is verschenen bij de zittingen. Diverse zittingen zijn aangehouden vanwege processtukken die niet aan de raadsman waren verstrekt en omdat de dagvaarding niet naar het bekende buitenlandse adres was verzonden.
De Hoge Raad oordeelt dat de dagvaarding nietig is omdat deze niet aan de raadsman in hoger beroep is betekend en ook niet naar het bekende adres in Nigeria is gezonden. De brief van de raadsman van het slachtoffer over een betalingsvoorstel leidt niet tot het vermoeden dat de raadsman van verdachte zich had gesteld. Gezien deze onregelmatigheid wordt het arrest vernietigd en de zaak verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde behandeling met inachtneming van de uitspraak.
Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd wegens niet-naleving van art. 51 Sv en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde behandeling.