ECLI:NL:PHR:2003:AF1881
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Faillissementspauliana: terugvordering betalingen tussen zustermaatschappijen onder Nederlands en Duits recht
In deze zaak staat centraal of de curator in het faillissement van Cikam GmbH de betalingen van DM 120.000,- aan de zustermaatschappij Cikam BV ongedaan kan maken op grond van faillissementspauliana. De curator stelt dat deze betalingen onverplicht waren en met de bedoeling zijn gedaan om de schuldeisers van Cikam GmbH te benadelen, waarbij Cikam BV hiervan op de hoogte was.
De rechtbank veroordeelde Cikam BV tot terugbetaling, stellende dat zij geen vordering op Cikam GmbH had ten tijde van het faillissement. Het hof bevestigde dit oordeel en nam aan dat er sprake was van samenspanning (overleg) tussen schuldenaar en schuldeiser, mede omdat de bedrijfsleiding van beide vennootschappen in dezelfde handen lag. Cikam BV mocht echter tegenbewijs leveren.
De Hoge Raad bevestigt dat bij faillissementspauliana zowel het faillissementsrecht van de failliete vennootschap (lex concursus) als het recht van de aangevochten rechtshandeling (lex causae) van toepassing zijn. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de bewijslast voor het ontbreken van samenspanning bij Cikam BV ligt, gelet op de feitelijke omstandigheden en de gemeenschappelijke bedrijfsleiding. Het beroep van Cikam BV wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Cikam BV wordt verworpen en de betalingen worden teruggevorderd.