ECLI:NL:PHR:2003:AF0692
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid van advocatenkantoor voor handelen curator in faillissement
In deze zaak stond de vraag centraal of een advocatenkantoor aansprakelijk kon zijn voor onrechtmatig handelen van een curator die op declaratiebasis werkzaamheden voor het kantoor verrichtte. De curator was benoemd door de rechtbank en stond onder toezicht van de rechter-commissaris. De eiseres vorderde schadevergoeding wegens onbetaalde facturen en stelde dat het advocatenkantoor mede aansprakelijk was.
De rechtbank had de curator en het kantoor hoofdelijk aansprakelijk gesteld, maar het hof had dit oordeel vernietigd en de vordering tegen het kantoor afgewezen. De Hoge Raad stelde vast dat de curator gedurende een periode op declaratiebasis voor het kantoor werkte, gebruik maakte van het kantoor en briefpapier, en dat de werkzaamheden ter uitoefening van het bedrijf van het kantoor werden verricht.
De Hoge Raad oordeelde dat de benoeming door de rechtbank en het toezicht van de rechter-commissaris niet in de weg staan aan aansprakelijkheid van het advocatenkantoor op grond van art. 6:170 of Pro 6:171 BW. Het kantoor oefende immers invloed uit en plukte de vruchten van de werkzaamheden. De zaak werd terugverwezen voor verdere beoordeling, waarbij het belang voor partijen gering was omdat de schade reeds door de verzekeraar was vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank voor zover het advocatenkantoor aansprakelijk wordt gehouden voor het handelen van de curator.