ECLI:NL:PHR:2003:AF0206
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid en toepassing inbewaringstelling bestuurder in faillissement
De Stichting Jozua-2000 werd failliet verklaard op 14 september 1999, waarna de curator en rechter-commissaris moeite hadden om benodigde informatie te verkrijgen. Op grond van art. 87 Fw Pro werd verzoeker, voormalig secretaris en feitelijk bestuurder, in verzekerde bewaring gesteld wegens het niet nakomen van zijn inlichtingenplicht.
Verzoeker betwistte zijn feitelijk bestuurderschap en de rechtmatigheid van de inbewaringstelling, maar de rechtbank en het hof verwierpen zijn verzoeken tot vernietiging en schorsing. Het hof oordeelde dat art. 106 Fw Pro ook ziet op feitelijke bestuurders die niet formeel als zodanig zijn ingeschreven.
De Hoge Raad bevestigt deze uitleg van art. 106 Fw Pro en benadrukt dat het gaat om personen die feitelijk de bestuurstaak uitoefenen en over relevante informatie beschikken. Tevens wordt geoordeeld dat de gefailleerde na inbewaringstelling moet worden gehoord en dat zijn argumenten bij die gelegenheid moeten worden betrokken. Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, aangezien de inbewaringstelling reeds was beëindigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en de inbewaringstelling van verzoeker wordt als rechtmatig bevestigd.