ECLI:NL:PHR:2003:AF0204
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging geslachtsnaam minderjarige kinderen ondanks gezamenlijk gezag
De zaak betreft een verzoek van een moeder en haar nieuwe echtgenoot tot wijziging van de geslachtsnaam van twee minderjarige kinderen uit een eerder huwelijk, terwijl zij gezamenlijk het gezag over deze kinderen uitoefenen. De rechtbank wees het verzoek tot naamswijziging af, maar kende het gezamenlijk gezag toe. Het hof bekrachtigde deze beslissing en benadrukte dat de geslachtsnaam een essentieel onderdeel is van de identiteit en afstamming van het kind.
Het hof oordeelde dat het belang van de kinderen om zich te identificeren met hun biologische vader zwaarder weegt dan het belang van de gezinseenheid dat appellanten aanvoerden. De wetgever heeft volgens het hof beoogd terughoudend te zijn bij naamswijzigingen van minderjarige kinderen, vooral wanneer het gaat om het aannemen van de naam van een nieuwe partner van een ouder.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de moeder en stiefvader. De klachten dat het hof de kinderen had moeten horen, dat het verzoek tot naamswijziging bij toekenning van gezamenlijk gezag automatisch toegewezen moet worden, en dat het belang van het kind slechts een ondergrens is voor afwijzing, werden ongegrond verklaard. De Hoge Raad bevestigde dat het belang van het kind bij behoud van identiteit en afstamming voorop staat en dat een naamswijziging slechts onder strikte voorwaarden kan worden toegestaan.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige kinderen wordt afgewezen vanwege het belang van de kinderen bij behoud van hun identiteit en afstamming.