ECLI:NL:PHR:2003:AE9671
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor behulpzaam zijn bij ontkomen aan opsporing politie
De zaak betreft een commandant van de Vliegbasis Woensdrecht die werd veroordeeld voor poging tot het opzettelijk behulpzaam zijn aan een ondergeschikte bij het ontkomen aan opsporing en aanhouding door de marechaussee. De tenlastelegging betrof het geven van opdrachten om een ondergeschikte naar zijn legeringsgebouw te brengen, een auto te verplaatsen en de marechaussee af te bellen.
Het hof oordeelde dat de commandant met opzet handelde om de ondergeschikte buiten het bereik van justitie en politie te houden. Het bewijs bestond uit verklaringen van de commandant zelf en getuigen, waaronder de marechaussee en militairen ter plaatse.
De verdediging voerde onder meer aan dat de commandant geen feitelijke of formeel-juridische bevoegdheid had over de opsporing, zodat zijn handelen geen invloed kon hebben op de marechaussee. De Hoge Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat het strafbare feit ook kan bestaan als het ontkomen aan opsporing niet is voltooid.
De Hoge Raad concludeerde dat het handelen van de commandant wel degelijk kan worden aangemerkt als het opzettelijk behulpzaam zijn bij het ontkomen aan opsporing en aanhouding, en dat het cassatieberoep ongegrond is. De veroordeling tot een geldboete subsidiair hechtenis blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de commandant voor poging tot opzettelijk behulpzaam zijn bij het ontkomen aan opsporing door de marechaussee.