ECLI:NL:PHR:2003:AE2310
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ongeldigheid bekostigingsbesluit baatbelasting binnenstad Breda wegens gebrekkige besluitvorming en gebiedsaanduiding
Belanghebbende was eigenaar van onroerende zaken in Breda en werd aangeslagen voor baatbelasting binnenstad 1996. Na bezwaar en beroep bij Hof werd het bezwaar afgewezen. Belanghebbende stelde cassatie in bij de Hoge Raad.
De Procureur-Generaal concludeerde dat het bekostigingsbesluit, dat voorafgaat aan de baatbelasting, drie ernstige gebreken vertoonde: de besluitvorming was gebrekkig, de bekendmaking onvoldoende en de gebiedsaanduiding deugde niet. Het bekostigingsbesluit was niet tijdig en correct bekendgemaakt en bevatte een te ruime en onduidelijke aanduiding van het gebate gebied.
De Hoge Raad oordeelde dat het bekostigingsbesluit een essentieel onderdeel is voor rechtszekerheid van belastingplichtigen en dat het besluit tijdig genomen en bekendgemaakt moet zijn met een duidelijke, globale gebiedsaanduiding. In deze zaak ontbraken deze vereisten, waardoor de baatbelasting niet rechtsgeldig geheven kon worden. Het beroep in cassatie werd gegrond verklaard en de eerdere uitspraken vernietigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de uitspraak van het Hof en het Hoofd worden vernietigd wegens gebrekkig bekostigingsbesluit.