ECLI:NL:PHR:2002:AE9399
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontbinding huurovereenkomst wegens gecombineerde tekortkomingen huurder
De eiser tot cassatie huurde sinds 1 september 1996 een winkelruimte met woonruimte van de verweerder. De huurovereenkomst verplichtte de huurder het gehuurde als winkel te exploiteren en gedurende normale tijden geopend te houden, met een verbod op onderhuur en een boetebeding.
In eerste aanleg werd de huurder veroordeeld tot ontruiming wegens het niet voortdurend geopend houden van de winkel en andere tekortkomingen, waaronder ontijdige huurbetaling en het niet tijdig stellen van een bankgarantie. Deze uitspraak werd in appel bekrachtigd, waarbij de rechtbank het gewicht van de gecombineerde tekortkomingen meeweegde.
De huurder stelde in cassatie dat de rechtbank ten onrechte ook andere, in eerste aanleg vastgestelde tekortkomingen had betrokken bij haar oordeel. De Hoge Raad oordeelt dat wanprestatie in principe ontbinding rechtvaardigt, tenzij de tekortkoming van geringe betekenis is en de wederpartij dat voldoende onderbouwd betoogt.
De Hoge Raad bevestigt dat meerdere, ook afzonderlijk onvoldoende, tekortkomingen gezamenlijk wel tot ontbinding kunnen leiden. De rechtbank heeft terecht het gezamenlijke gewicht van de tekortkomingen meegewogen en voldoende gemotiveerd. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst bevestigd.