ECLI:NL:PHR:2002:AE9250
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over wederzijdse dwaling en exoneratiebeding bij koop bedrijfsterrein met bodemverontreiniging
In deze zaak staat centraal of de koper van een bedrijfsterrein, [verweerster], recht heeft op wijziging van de koopovereenkomst wegens wederzijdse dwaling over de mate van bodemverontreiniging.
[Verweerster] kocht in 1988 van Nuon een perceel met opstallen. Voorafgaand was een indicatief bodemonderzoek gedaan, dat beperkte verontreiniging aangaf. Later bleken er ernstiger verontreinigingen aanwezig, waaronder olie onder een loods. [Verweerster] vorderde wijziging van de overeenkomst en vergoeding van saneringskosten wegens dwaling. Nuon beriep zich op een exoneratiebeding in de koopakte.
De rechtbank wees de vorderingen af. Het hof Arnhem oordeelde dat sprake was van wederzijdse dwaling en dat het exoneratiebeding niet uitsloot dat de overeenkomst op grond van art. 6:230 BW Pro kon worden gewijzigd. Nuon werd aansprakelijk gehouden voor de schade door verontreiniging.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof. Hij oordeelt dat het hof de grenzen van de rechtsstrijd heeft overschreden door ambtshalve een uitleg van het exoneratiebeding te geven die niet door partijen was bepleit. Verder stelt de Hoge Raad dat de wijzigingsbevoegdheid van art. 6:230 BW Pro niet mag leiden tot een zwaardere prestatie voor de wederpartij dan oorspronkelijk overeengekomen. Ook is het hof tekortgeschoten door Nuon onvoldoende gelegenheid tot tegenbewijs te geven. De zaak wordt verwezen naar het hof Den Bosch voor verdere behandeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak naar hof Den Bosch voor verdere behandeling.