ECLI:NL:PHR:2002:AE8803

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01050/01 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 116.3 SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging van beschikking wegens vervallen beklag na overlijden klager

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage waarbij het beklag tot teruggave van prepostalen aan klager gegrond werd verklaard. De Officier van Justitie stelde een middel van cassatie voor, maar de Procureur-Generaal bracht ambtshalve naar voren dat klager op 4 oktober 2000 was overleden. Omdat de wet geen regeling kent voor de behandeling van een beklag ingevolge artikel 552a Sv na het overlijden van de klager, moet het beklag geacht worden te zijn vervallen.

De Hoge Raad oordeelde dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en dat het middel van cassatie geen bespreking behoeft. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad de beschikking vernietigt en het beklag als vervallen beschouwt.

Deze uitspraak benadrukt het belang van de wettelijke bepalingen omtrent de ontvankelijkheid van beklagen en de gevolgen van het overlijden van een klager tijdens de procedure. Het arrest sluit aan bij eerdere jurisprudentie waarin het verval van beklag na overlijden is bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verklaart het beklag vervallen wegens het overlijden van de klager.

Conclusie

Nr. 01050/01 B
Mr Fokkens
Parket, 10 september 2002
Conclusie inzake:
[Klager]
1. Het cassatieberoep richt zich tegen een beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage van 17 april 2001 waarbij het beklag strekkende tot teruggave van een aantal prepostalen, de in de bijlage genoemde categorie A nrs 1 t/m 1874 en categorie B nrs 1879 en 1880, 1884 t/m 1888, 1890 en 1891, 1949 t/m 1951, 1953 en 1978, aan klager gegrond is verklaard.
2. De Officier van Justitie heeft een middel van cassatie voorgesteld.
3. Ambtshalve wil ik echter het volgende opmerken. Blijkens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage gewaarmerkt afschrift van een akte van overlijden opgemaakt op 10 oktober 2000 is [klager] op 4 oktober 2000 te 's-Gravenhage overleden. Nu de wet geen voorziening kent voor de behandeling van een beklag ingevolge art. 552a Sv, na overlijden van de klager, moet een dergelijk beklag geacht worden door dat overlijden te zijn vervallen (vgl. HR DD 91.268 en HR 2 maart 1999, nr. 3865 Besch.).
4. Het hiervoor overwogene brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven, en dat het middel geen bespreking behoeft.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en zal verstaan dat het beklag is vervallen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv.