ECLI:NL:PHR:2002:AE8179
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid assurantietussenpersoon bij niet-vermelde kostbare tapijten in inboedelverzekering
De zaak betreft een geschil tussen eiser en verweerder over de vraag of de assurantietussenpersoon (verweerder) tekort is geschoten bij de bemiddeling van een inboedelverzekering voor de woning van eiser. De verzekering dekte onder meer inbraakschade, maar na een inbraak in 1993 stelde de verzekeraar de overeenkomst nietig wegens verzwijging van kostbare tapijten.
Eiser stelde dat verweerder op de hoogte was van deze tapijten en deze niet had vermeld op het aanvraagformulier, waardoor hij aansprakelijk zou zijn voor de schade. De rechtbank wees de vordering toe bij verstek, maar na verzet en hoger beroep werd de vordering afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat verweerder wist van de tapijten of dat eiser hem hierover had geïnformeerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het bewijsaanbod van eiser niet had aanvaard wegens gebrek aan specificatie en dat het oordeel dat verweerder niet bekend was met de kostbaarheid van de tapijten niet onbegrijpelijk was. Ook was niet gebleken dat verweerder had nagelaten uit te leggen hoe hij tot het verzekerde bedrag was gekomen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wegens tekortkoming van de assurantietussenpersoon wordt afgewezen.