ECLI:NL:HR:2002:AE8179

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 november 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/045HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • A.G. Pos
  • P.C. Kop
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering na verzet tegen verstekvonnis

Eiser heeft verweerders gedagvaard en gevorderd tot betaling van meerdere bedragen vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Nadat verweerders niet verschenen, wees de rechtbank bij verstekvonnis de vordering toe. Verweerder kwam in verzet en werd door de rechtbank tot goed opposant verklaard, ontheven van de veroordeling en de vordering van eiser afgewezen.

Eiser stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, waarbij hij zijn vordering beperkte. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het incidenteel appel van verweerder niet-ontvankelijk. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad oordeelt dat de in cassatie aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.

Uitspraak

1 november 2002
Eerste Kamer
Nr. C01/045HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. G.C. Makkink.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 16 december 1997 verweerders in cassatie - tezamen verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de Rechtbank te Roermond en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan [eiser] te betalen de bedragen ƒ 108.220,36, ƒ 4.890,--, ƒ 4.000,-- en ƒ 10.500,--, vermeerderd voorts met de wettelijke rente over een bedrag van ƒ 96.410,-- vanaf 1 december 1994 tot aan de datum der algehele voldoening, vermeerderd voorts met de overige buitengerechtelijke kosten.
Nadat [verweerder] niet ter terechtzitting was verschenen, heeft de Rechtbank bij verstekvonnis van 12 maart 1998 de vordering toegewezen.
Tegen voormeld verstekvonnis is [verweerder] bij exploit van 9 april 1998 in verzet gekomen. [Verweerder] heeft gevorderd om bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis haar goed opposant te verklaren en haar te ontheffen van de tegen haar uitgesproken veroordeling bij voormeld verstekvonnis onder afwijzing van de vordering van [eiser].
[Eiser] heeft in oppositie de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 14 januari 1999 [verweerder] tot goed opposante verklaard, [verweerder] ontheven van de veroordeling uitgesproken bij voormeld verstekvonnis onder afwijzing van de vordering van [eiser] en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen het vonnis van de Rechtbank van 14 januari 1999 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij memorie van grieven heeft [eiser] zijn vordering beperkt tot een bedrag van ƒ 113.110,36, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom ad ƒ 96.410,-- vanaf 1 december 1994 tot aan de datum van de algehele voldoening.
[Verweerder] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 3 oktober 2000 heeft het Hof in het principaal appel het vonnis van de Rechtbank van 14 januari 1999 bevestigd en in het incidenteel appel verstaan dat dit appel geen behandeling behoeft.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 17 september 2002 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.405,45 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 1 november 2002.