ECLI:NL:PHR:2002:AE8133
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt onherroepelijkheid beschikking deskundigenkosten ondanks latere toevoeging
Verzoeker heeft bij de rechtbank verzocht om een voorlopig deskundigenbericht en dat de kosten daarvan door hem worden voorgeschoten. De rechtbank bepaalde bij beschikking dat verzoeker een voorschot op de kosten van het deskundigenbericht moest betalen. Verzoeker had vooraf een toevoeging aangevraagd, die aanvankelijk werd afgewezen, maar later door de Raad voor de Rechtsbijstand met terugwerkende kracht werd toegekend.
Verzoeker stelde dat hij op grond van die toevoeging geen voorschot hoefde te betalen en verzocht de rechtbank dit nader te bepalen. De rechtbank wees dit verzoek af omdat de oorspronkelijke beschikking onherroepelijk was geworden en niet gewijzigd kon worden. Het hof bekrachtigde deze beslissing en oordeelde dat de rechtbank terecht het verzoek had afgewezen.
In cassatie betoogde verzoeker dat de rechtbank had moeten bepalen dat hij geen voorschot hoefde te betalen, ondanks de onherroepelijkheid van de beschikking. De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek om herziening van de onherroepelijke beschikking niet mogelijk is en dat het stelsel van rechtsmiddelen zich verzet tegen het verkapt instellen van beroep via een andere procedure. Ook was het verzoeker te verwijten dat hij de toevoeging niet tijdig aan de rechtbank had meegedeeld.
Daarmee verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep en bevestigde dat de beschikking van 20 oktober 1999 onherroepelijk is en niet kan worden gewijzigd, ook niet door een nieuwe beschikking.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de onherroepelijke beschikking tot betaling van het voorschot blijft van kracht.