ECLI:NL:PHR:2002:AE7941
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens valsheid in geschrift en ambtsmisbruik bij verstrekking verblijfsvergunningen
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf wegens het meermalen valselijk opmaken van aanvraagformulieren en geautomatiseerde bestanden (VAS), het aannemen van verboden giften als ambtenaar en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Het hof stelde vast dat verdachte valselijk handtekeningen had geplaatst en verblijfstitels onterecht niet had vermeld in het VAS, waardoor deze documenten als valselijk opgemaakt moesten worden aangemerkt.
De verdediging voerde onder meer aan dat het niet vermelden van een vergunning in het VAS niet als valselijk opmaken kon worden beschouwd, vergelijkbaar met het niet afgeven van een kassabon. De Hoge Raad oordeelde dat het VAS een geautomatiseerd geschrift is dat bewijs levert van verblijfstitels en dat het niet vermelden daarvan misleidend is en dus valselijk opmaken inhoudt.
Daarnaast werden verklaringen van getuigen die betaling en onrechtmatige verstrekking van vergunningen bevestigden als toelaatbaar bewijs beoordeeld. Het hof had terecht geoordeeld dat de verschillende valsheidshandelingen afzonderlijke feiten waren en niet als voortgezette handeling konden worden gezien vanwege de tijdsduur en telkens opnieuw genomen wilsbesluiten.
De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting of onvoldoende motivering in het arrest en verwierp het cassatieberoep. Er werden geen gronden gevonden om het arrest ambtshalve te vernietigen. De straf van drie jaar gevangenisstraf bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Verdachte werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor valsheid in geschrift en ambtsmisbruik bij het verstrekken van onrechtmatige verblijfsvergunningen.