ECLI:NL:PHR:2002:AE7635
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 6 EVRM op beklagprocedure inzake inbeslagname stukken in internationaal strafrechtelijk rechtshulpverzoek
In deze zaak staat centraal de vraag of het recht op een behandeling binnen redelijke termijn en het recht op een 'determination of civil rights and obligations' zoals neergelegd in artikel 6 lid 1 EVRM Pro van toepassing is op de beklagprocedure ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, die ziet op de tijdelijke inbeslagname van stukken in het kader van een Duits strafrechtelijk rechtshulpverzoek.
De rechtbank had geoordeeld dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is omdat het hier een tijdelijke inbeslagname betreft die niet leidt tot een definitieve vaststelling van civiele rechten. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de tijdelijke beperking van het eigendomsrecht door de beslaglegging niet als een 'determination' van dat recht kan worden beschouwd. Wel is van belang dat de wetgever openbaarheid van de procedure voorschrijft.
Daarnaast is in het geding of de inbeslaggenomen stukken die geen betrekking hebben op de verdachten moeten worden teruggegeven. De Hoge Raad acht het oordeel van de rechtbank hierover onvoldoende gemotiveerd en vernietigt de beschikking voor zover het beklag ten aanzien van deze stukken ongegrond is verklaard. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling van dit onderdeel.
De Hoge Raad wijst er verder op dat stukken uit een verjaarde periode toch als bewijs kunnen dienen indien zij relevant zijn voor de niet-verjaarde periode. Het verzoek om rechtshulp was ruim geformuleerd en betrof onder meer administratieve en bankstukken die van belang kunnen zijn voor het Duitse onderzoek naar belastingfraude.
Deze uitspraak verduidelijkt de reikwijdte van artikel 6 EVRM Pro in het kader van beklagprocedures over inbeslagname in internationale strafrechtelijke rechtshulp en benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij terugvordering van stukken die niet relevant zijn voor het strafrechtelijk onderzoek.
Uitkomst: Artikel 6 EVRM is niet van toepassing op de beklagprocedure ex artikel 552a Sv, maar de beschikking wordt vernietigd voor stukken zonder betrekking op de verdachten.