ECLI:NL:PHR:2002:AE7349
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op loonbetaling bij betwisting arbeidsongeschiktheid zonder tijdige kennisgeving werkgever
In deze zaak staat centraal of een werknemer recht heeft op doorbetaling van loon tijdens een periode van vermeende arbeidsongeschiktheid, terwijl de werkgever deze arbeidsongeschiktheid betwistte maar dit niet tijdig aan de werknemer heeft medegedeeld. De werknemer was sinds 1992 in dienst en had verlof gekregen, maar meldde zich na verlof ziek uit Marokko terug. De werkgever weigerde loonbetaling over de periode van vermeende ziekte, omdat hij de arbeidsongeschiktheid betwistte.
De rechtbank oordeelde dat de werknemer ontvankelijk was in zijn loonvordering, omdat de werkgever niet tijdig en ondubbelzinnig had meegedeeld dat loonbetaling werd geweigerd vanwege betwisting van arbeidsongeschiktheid. Hierdoor was het niet redelijk om van de werknemer te verlangen een deskundigenverklaring te overleggen bij de eis. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de werkgever conform art. 7:629 lid 6 BW Pro verplicht is de werknemer onverwijld te informeren zodra hij vermoedt dat de werknemer ten onrechte loon vordert wegens ziekte.
De Hoge Raad verwierp de klachten van de werkgever en stelde dat de mededeling van onwettige afwezigheid zonder expliciete betwisting van arbeidsongeschiktheid onvoldoende is om loonbetaling te weigeren. Dit beschermt de werknemer tegen onverwachte loonweigering en bevordert duidelijkheid in arbeidsrelaties. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het loon over de betwiste periode moet worden betaald.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de werknemer recht heeft op loonbetaling omdat de werkgever niet tijdig de betwisting van arbeidsongeschiktheid heeft meegedeeld.