ECLI:NL:PHR:2002:AE4435
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot pensioenpremieafdracht op grond van CAO ondanks ongeorganiseerde werknemers
Deze zaak betreft de vraag of Hus Haring B.V., als lid van de Nederlandse Bond van Haringhandelaren en daarmee partij bij een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO), verplicht is pensioenpremies af te dragen aan het Bedrijfspensioenfonds voor de Zeevisserij (Bpf) voor haar werknemers die niet georganiseerd zijn in een vakbond.
Het Bpf vorderde dat Hus Haring haar werknemers verplicht aangesloten zijn bij het pensioenfonds en dat Hus Haring de achterstallige premies, rente en incassokosten betaalt. Hus Haring betwistte haar verplichting tot premiebetaling, onder meer omdat haar werknemers niet gebonden zijn aan de CAO en niet hebben ingestemd met inhouding van het werknemersdeel van de premie op hun loon.
De rechtbank oordeelde dat Hus Haring wel onder de werking van de CAO valt en veroordeelde haar tot betaling van de premies. In cassatie bevestigde de Hoge Raad dat Hus Haring als lid van een CAO-partij gebonden is aan de CAO en dat het pensioenfonds zelfstandig vorderingen kan instellen tegen de werkgever. De werknemers, die ongeorganiseerd zijn, kunnen niet tegen hun wil verplichtingen worden opgelegd. Het bezwaar dat de werknemers niet hebben ingestemd met inhouding op hun loon faalt omdat Hus Haring dit verweer niet tijdig heeft gevoerd en omdat zij zelf de aansluiting bij het pensioenfonds heeft beëindigd. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot premiebetaling.
Uitkomst: Hus Haring is gehouden tot betaling van pensioenpremies aan het Bedrijfspensioenfonds voor de Zeevisserij, ondanks dat haar werknemers ongeorganiseerd zijn.