ECLI:NL:PHR:2002:AE4433
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat bewijslast bij parallelimporteur ligt bij merkinbreuk in selectieve distributie
In deze zaak stond de vraag centraal of Tuk Consultancy B.V. merkinbreuk pleegde door Dior-merken parfums te leveren buiten Dior's selectieve distributiesysteem. Dior stelde dat de producten niet met haar toestemming binnen de Europese Economische Ruimte (EER) in het verkeer waren gebracht, waardoor Tuk zich niet kon beroepen op uitputting van het merkenrecht.
Tuk voerde aan dat Dior impliciete toestemming had gegeven door geen effectieve maatregelen tegen parallelimport te treffen en dat het bewijsrisico omtrent de herkomst van de producten niet bij haar lag. De Hoge Raad bevestigde echter de eerdere jurisprudentie, waaronder het Etos- en Jack Daniels-arrest, dat expliciete toestemming vereist is en dat het bewijsrisico bij de parallelimporteur ligt.
De Hoge Raad verwierp ook het argument dat binnen de EER gevestigde depositaires of wederverkopers zonder ondubbelzinnige toestemming van Dior als gemachtigde konden worden beschouwd. Het hof had terecht geoordeeld dat Tuk onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de producten met toestemming binnen de EER waren gebracht.
Het beroep van Tuk werd verworpen, waarbij de Hoge Raad benadrukte dat het feit dat niet is vastgesteld waar de producten voor het eerst in het verkeer zijn gebracht, geen invloed heeft op de bewijslastverdeling en de uitkomst van de zaak.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Tuk wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.