ECLI:NL:PHR:2002:AE4414
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over de betekenis van belanghebbende in de Landinrichtingswet bij bezwaarprocedure
De zaak betreft een bezwaarschrift van de Brabantse Milieufederatie (BMF) tegen een plan van toedeling in de ruilverkaveling Sint-Oedenrode. De rechtbank verklaarde BMF niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbende zou zijn in de zin van art. 200 Landinrichtingswet Pro (Liw), aangezien zij geen gronden had toegewezen gekregen en geen civielrechtelijke aanspraken had.
De Hoge Raad onderzoekt de betekenis van het begrip belanghebbende in art. 200 Liw Pro, mede in het licht van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Awb definieert belanghebbende ruim, ook voor rechtspersonen die collectieve belangen behartigen. De Liw is aangepast aan de Awb, maar bevat geen afwijkende definitie van belanghebbende.
De Hoge Raad concludeert dat het begrip belanghebbende in art. 200 Liw Pro dezelfde betekenis moet krijgen als in art. 1:2 Awb Pro, tenzij uit de tekst of het stelsel van de Liw uitdrukkelijk anders blijkt. Dit betekent dat ook organisaties als BMF ontvankelijk moeten worden geacht in bezwaarprocedures, ook al hebben zij geen civielrechtelijke aanspraken.
De uitspraak benadrukt het belang van eenheid in bestuursrechtelijke terminologie en rechtsbescherming, en dat de beperkte rechtsbescherming van niet-agrarische belangen in de parlementaire geschiedenis van de Liw niet dwingend uitsluit dat collectieve belangenbehartigers bezwaar kunnen maken. De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en stelt dat dit geen nadeel mag opleveren voor de rechten van partijen.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en het begrip belanghebbende in art. 200 Liw wordt ruim uitgelegd conform art. 1:2 Awb.